Hartekreet
:: PR-028-nl
Onvergetelijk was die tijd, nu zo’n twee jaar geleden. Uren praatten wij in de schaduw van een grote beuk. Jij lachtte en streelde mij door mijn haren, ik plukte bloemen voor je. We fluisterden lieve woordjes in elkanders oor. Samen genoten we van de wezens in de wolken, dansten op de melodieen die de vogels voor ons speelden. Wij vreeen innig in het dichte struikgewas, en telkens wanneer mijn penis met brute kracht te je baarmoederwand stootte brachten de tranen die jij vloeide nieuw leven voort en bevruchtten de grond onder je geschaafde knieen.
Als de dag van gisteren herinner ik me dat je me zei dat het over was. De vlekken in mijn gezicht die ik had gekregen van de kanker hadden mij tot een gedrocht gemaakt, en jij wilde alleen verder. Nachtenlang heb ik mijzelf in slaap gehuild, verdronk ik in zeeen van verdriet. Verloren in stormen van zelfhaat en het hopeloos verlangen overdacht ik zelfmoord en masturbeerde tot bloedens toe, omringd door levensgrote foto’s van jouw vagina. Ik at niet meer en raakte langzaamaan verslaafd aan het opsnuiven van de geuren van jouw gebruikte ondergoed, dat je hier voor het gemak had laten liggen.
Ik was ontroostbaar. Soms ging ik ’s nachts in de auto op zoek naar de illegale tippelzones. Voor een paar euro neukte ik een versuft heroïnehoertje en sneed haar de keel open, vurig hopend op wat rust in mijn kop. Maar niets leek te helpen, en ik zakte steeds dieper weg in het drijfzand van mijn smart.
Uiteindelijk heb ik een hond gekocht, maar het was niet hetzelfde. Ik heb moeten accepteren dat je voorgoed uit mijn leven bent verdwenen, dat ik je nooit weer zal zien. Diep in mijn hart doet het nog steeds ontzettend pijn. Wij waren zo goed samen, zo perfect, ja, samen waren wij gelukkig. Ik wou dat ik die tijd kon terughalen waarin wij bij elkaar hoorden als de bomen en de wind, dat wij van elkaar hielden en leefden met de onbezonnenheid van een kind, enkel oog hebbend voor elkaar.
Liefste, waar is het ooit fout gegaan?
2006