small.cat-logo
Prachtig normaal :: PR-029-nl

Ik ken nog een paar heel gekke mensen. Ze heten bijvoorbeeld Victor en Jaapie, en ze stonden op straat, op een dag. Ik besef ineens hoe raar het is als je zegt ‘op een dag’, want alles is toch eigenlijk altijd wel op een dag… nouja.
Victor en Jaapie stonden op straat. Het was lekker weer dus dan kon je best gewoon een beetje op straat gaan staan. Dat deden ze dus, en ze stonden naast elkaar. Ze kenden elkaar ook, al jaren, maar gisteren was Jaapie’s verjaardag geweest, en het jaar erbovenop had iets veranderd in zijn kop. Hij had het gevoel alsof hij alles opeens net even anders bekeek. Soms ongelofelijk wat zo’n verjaardag met je kan doen. Toen ik twintig werd veranderde mijn levenslange interesse in schelpdieren bijvoorbeeld ineens in een obsessie voor olifanten.. maargoed, das een heel ander verhaal. Terug nu naar de twee mannen die op straat stonden. Jaapie stond om zich heen te kijken met een vreemde blik in zijn ogen. Zoals ik al zei bekeek hij alles net een beetje anders, en dat was pas zo sinds hij vanmorgen wakker was geworden. Victor echter bekeek alles nog gewoon zoals het hoort, en daarom begon hij ook niet over bepaalde dingen, want hij zag ze gewoon normaal. Hij zou er zelf bijvoorbeeld nooit bij stilgestaan hebben dat hij iets nogal vreemds deed toen hij zijn hand met twee gestrekte vingers ophief naar zijn maat Pedro, toen deze voorbij fietste. Jaapie zag dat anders.
‘Victor,’ zei hij, ‘besef jij je wel dat je zonet iets heel raars doet?’
‘Huh?’, vroeg Victor, hij was niet zo lang van stof over het algemeen.
‘Wat je net doet, met je hand, dat is heel raar. Echt heel raar’, zei Jaapie.
‘Ik zwaai gewoon naar Pedro’, verdedigde Victor.
‘Het is heel raar wat je net doet, heel raar. Echt waar.’ Jaapie hield aan.
‘Waarom is dat raar?’, vroeg Victor, en een mengeling van irritatie en blinde hartstocht klonk door in zijn stem.
‘Kijk nou wat je doet’, zei Jaapie. ‘Er fietst iemand langs die je kent, en vervolgens steek je je hand in de lucht met twee vingers gestrekt. Wat is dat nou? Dat is raar, heel erg raar. Er is geen verklaring voor. Raar is het.’
Victor’s ogen ontmoetten die van Jaapie. ‘Meen je dat nou?’, vroeg hij Jaapie. Victor was toch een beetje aan het twijfelen gebracht, en ik geef hem geen ongelijk, want Jaapie had me daar zojuist toch een vrij sterk betoog afgestoken. ‘Doe ik echt zo raar?’
‘Ontzettend raar Victor’, antwoordde Jaapie in alle eerlijkheid. ‘Zo raar zie je het niet iedere dag.’
Victor leek nogal overvallen door dit plotselinge besef. Even keek hij met een bezorgde blik naar de grond om dit alles te laten bezinken.
‘Nou doe je weer zoiets RAARS heh Victor’, zei Jaapie opeens. Met een complete chaos van onbegrip in zijn hoofd keek Victor op. ‘Zoiets raars doe je net’, zei Jaapie.
‘Mijn God, wat deed ik nu dan weer voor iets vreemds?’, vroeg Victor, op het randje van blinde paniek.
‘Heel vreemd, heel vreemd,’ legde Jaapie hem uit, ‘je deed je hand op je voorhoofd en keek naar de grond. Wat moet dat nou voorstellen? Wat betekent dat? Waarom zou je zoiets doen? Het is nergens goed voor, tenzij je de straattegels wilt tellen, maar dat lijkt me sterk dat jij dat wil. Het is raar, heel raar. En heel erg vreemd.’ Jaapie dacht hier even over na. ‘Ja. Het is vreemd en raar’, concludeerde hij.
Victor was de wanhoop nabij. ‘Ik doe telkens ontzettend rare dingen,’ zei hij tegen zichzelf, ‘wat ben ik voor een vreselijk persoon? Kan ik niet gewoon normaal doen zoals de rest van de normale mensen? Ik kan het niet helpen, constant doe ik raar, en ik heb het zelf niet eens door. Ik wed dat ik nu, met al dat gedenk en gepeins, ook weer precies heel raar sta te doen.’ Vragend keek hij op naar Jaapie, die stond te knikken.
‘Ja, heel raar. Weer zoiets, zoiets vreemds. Heel vreemd. En heel raar bovendien. Raar raar raar. Raar, maar waar. Ongelofelijk raar.’ Dat zei Jaapie allemaal.
Victor dacht nu razendsnel. ‘Ik moet een einde maken aan deze rariteiten van mij’, dacht hij. ‘Ik moet onmiddellijk een manier zien te vinden om te stoppen met raar en vreemd doen.’
‘Raarrrrrrrrrrrrrrrrr. Raaaaaaaaaaaaaaaaaaaaarrrrrrrrr. Raaaaaaaaaaaaarrrrrrrr. Vreemdvreemdvreemdvreemdvreemd.’ Jaapie vermaakte zich wel.
‘Als alles wat ik heel normaal vond nu ineens raar blijkt te zijn,’ bedacht Victor zich, ‘dan moet alles wat ik altijd ontzettend raar heb gevonden nu normaal zijn…dus laat ik ontzettend raar, uh, normaal gaan doen, en dan ben ik misschien genezen.’
Victor zette drie stappen achteruit, spande alle spieren van zijn lichaam, zoog een hele hoop vervuilde buitenlucht zijn longen in, hield het daar eventjes en begon toen al brullend op de grote weg af te rennen die recht voor hen lag. Overal kwamen auto’s vandaan, van links, van rechts, van boven, van onder, het maakte niet uit, overal auto’s en keihard ook. Maar voor Victor maakte het niet uit. Hoe raarder hoe beter, alles om normaal te zijn. Hij sprong vrij hoog in de lucht, draaide een keer om zijn as, tikte lichtjes de motorkap van een rode BMW aan, vloog weer de lucht in, riep ‘Wladiwostok!’, trappelde met zijn benen, zette zich nog een keer af op het dak van een Opel Kadet en landde met vijf achtereenvolgende salto’s in een perfecte handstand-splagaat precies op een geel-blauw paaltje dat midden op een verkeersheuvel stond. Het leek allemaal een beetje op dat computerspelletje ‘Frogger’, maar dan had Victor niks weg van een kikker.
Vanaf de kant van de weg stond Jaapie hard te applaudisseren. ‘Prachtig, prachtig’, riep hij almaar. Victor bekeek zijn positie eens goed, liet zich rustig zakken en liep toen in een prachtig zig-zagpatroon tussen de auto’s door naar Jaapie terug. Jaapie knielde voor hem en zei hem dat hij de Maestro a la Normalité du Monde was, en Victor zei dat hij daar geen flikker van begreep maar dat het prachtig klonk.
‘Vond je het niet raar?’, vroeg Victor.
‘Raar? Dat? Raar? Hoe kom je daar nou bij. Dat was toch gewoon normaal, en prachtig normaal ook nog eens. Nee, daar was niks raars aan hoor’, antwoordde Jaapie kordaat.
Victor was in zijn nopjes. Eindelijk was hij weer normaal.
Samen liepen ze terug naar huis, en halverwege pakte Victor de hand van Jaapie beet.
‘Jaapie,’ zei hij, ‘heb ik je wel eens verteld hoeveel ik van je hou?’
‘Nee Victor, nog nooit’, antwoordde Jaapie.
Victor maakte een salto aan de hand van Jaapie. Het was een prachtige salto, prachtig normaal.

2006
bottomline
All work (music, images, texts or other) on this website is licenced under a Creative Commons Licence
Creative Commons License