small.cat-logo
Zonder morgen geen vandaag :: PR-031-nl

Daar was rook, en stoom, en veel dingen die in elkaar bestonden en constant overgingen van het een op het ander, met geraas en gerommel gepaard. Er was orde noch chaos, doch volledige overgave en een minieme hoeveelheid illusie en deceptie. Onzekerheid, bovenal, zowel fysiek als geestelijk, een instabiele symbiose van lichaam en ziel, van denken en doen, zijn en wezen. Ergens in de verte fonkelde een puntje licht, nergens anders vermoed maar hier overdadig aanwezig door de intensiteit ervan. Een nieuwe wereld werd geboren, een proces dat vaak maanden doorsleept. Soms was er angst, soms vreugde en vrijheid, meestal een soort onbezonnen onrust die de aderen doorbloedt en doet trillen van spanning en ingehouden emotie. Vergaan was het landschap waarin de dromen werden uitgespeeld. Vergaan de lucht die zoveel levens overspande. En altijd die eeuwige gedachten, op gekoesterde momenten deels weggevaagd door de beroering van de zinnen, maar overaanwezig op alle andere punten in de tijd. Nergens was een schuilplaats, een schaduw, een vriendelijk web van zachte verstrikkingen, waar verleiding plotseling niets dan goed zou zijn.

De nogal lokaal verlichte straat leek over de afstand te verkrimpen onder het juk van de duisternis die haar op de meeste punten oversluierde. Traag treedde ik op de stenen, met een aarzelende voet die lange tijd bleef zweven in het luchtledige van de ongenomen stap. Een cirkel van licht kwam mijn richting ingewandeld en omgaf mij even kort. Het voelde duizeligmakend, als een korte zonnestraal die op een onverwacht moment door de wolken breekt en met de kracht van miljarden warme winden op je wangen lijkt te vallen. Ik hield even stil om mijn sigaret aan te steken. Achter mij dwarrelde frisse jonge rook door de lichtbundel van de straatlantaarn, en ik was inmiddels alweer vier stappen verderop. Een reis gaat niet snel wanneer je niets hebt om naartoe te lopen.

In de verte zag ik wat silhouetten die zich grimmig afstaken tegen de waardeloos verlichte vormen van gebouwen. Ik liep kordaat verder, deed mijn best me niet te bekommeren om de mogelijke scenario’s die me daar ergens zouden afwachten. Toen ik dichterbij was gekomen herkende ik een drietal van het slag mensen waar je niet bang voor hoeft te wezen, en besloot daarom mijn vooringenomen angsten te laten varen, voor het moment. Soms kan ik mijzelf zo druk maken over dit soort onverwachte ontmoetingen dat ik voor een situatie zich daadwerkelijk aandient bij wijze van spreken de dichtstbijzijnde boom al zo goed als tot de nok heb beklommen. Gedachten maken je gestoord, het is echt waar. Je probeert jezelf in de hand te houden, te controleren wat je denkt en jezelf heel hard toe te schreeuwen dat het niet altijd hoeft te gaan volgens een van de voorgeprogrammeerde doemscenario’s in je hoofd, maar het grijpt je telkens weer bij de keel. Mij dan, tenminste. Ik ben al bijna bang voor het moment waarop ik begin te denken, en dat terwijl ik meestal niet eens doorheb dat ik ermee bezig ben. Het rationele gemijmer van mijn gedachten houdt zelden pauze en wakkert maar verder tot op een punt van totale zinloosheid, waarna het koppig weigert zich hierbij neer te leggen. Mijn hoofd is de gevangenis van mijn gedachten, met een schrijnend cellentekort op de kop toe. Kun je nagaan, als je wilt.

Daar om de hoek verderop vermoed ik een agressief persoon met een wapen, die mij dolgraag kwaad zou willen doen. Die is er hoogstwaarschijnlijk niet als ik aankom, maar tot ik heb gekeken vertrouw ik nog altijd voldoende op mijn waanideeën om er op mijn hoede voor te blijven. Typisch toch hoe een idee waarvan je voor negenennegentig procent zeker weet dat het een hersenspinsel is, in je hoofd kan worden verwerkelijkt en zelfs vertrouwen kan ontvangen daar waar een onschuldig en vredelievend persoon van mijn kant enkel op onzekerheid kan rekenen. Wat is er zoveel betrouwbaarder aan mijn eigen fantasieën dan aan de fantasieën van de werkelijkheid? Is sociaal contact ongrijpbaar, interactie te vergezocht voor mij? Misschien heb ik mij ooit afgesloten van alles wat buiten mijn eigen hoofd ligt, in de hoop veiligheid te vinden. Misschien ook niet, want misschien ben ik wel een defecte persoonlijkheid en een mislukt karakter, een ongewenst kind wellicht nog wel zelfs, en gedoemd te falen. Zo voelt het zeker wel vaak. Als ik om de hoek ben gelopen blijkt er niemand te zijn. Ja, dat dacht ik wel.

Na een tijdje kom ik terug bij huis. Onderweg is niets gebeurd. Ik ben doodsbenieuwd naar binnen. Spanning en avontuur loensend om de hoek. Nergens anders krijg je het dusdanig voor je kiezen als hier binnen in huis. Een computerscherm dat gloeit met een vervelend wit licht, zachtjes muziek die je eigenlijk niet wilt horen, en geen andere uitweg dan hasj en wijn in het verschiet. Leef met mij mee, maar doe het voor je eigen bestwil niet teveel.

2006
bottomline
All work (music, images, texts or other) on this website is licenced under a Creative Commons Licence
Creative Commons License